Cookie policy

de Zorgboog gebruikt cookies om bijvoorbeeld de website te verbeteren en te analyseren, voor social media en om ervoor te zorgen dat u relevante advertenties te zien krijgt. Als u meer wilt weten over deze cookies ga dan naar zorgboog.nl/cookies. Bij akkoord op deze cookie policy geeft u de Zorgboog toestemming voor het gebruik van optimale cookies op onze websites. Klik op “Instellingen aanpassen” om uw voorkeuren te wijzigen.

Cookies accepteren Instellingen aanpassen

28 september 2017

Participatie

Mijn moeder (74) woont sinds april 2016 helaas niet meer bij mijn vader. Ze heeft Alzheimer. Vanaf september 2016 woont ze in kamer 6 van kleinschalig wonen Ruijschenbergh in Gemert.

En van april tot september 2016 woonde ze in kleinschalig wonen Someren-Eind. Een hard gelag voor mijn vader, mijn zus en ik, en overige familieleden. In plaats van 'samen oud worden', voelt het nu als 'ieder voor zich oud worden'. De dag dat we mama naar Someren-Eind brachten, was een hele verdrietige dag. Het hoort immers niet zo! Maar goed, mijn vader had thuis al ruim negen jaar voor mijn moeder gezorgd en het ging echt niet meer. Er zat niks anders op.

Voordat mijn moeder uit huis ging, reisde ik minimaal één keer per week van Veldhoven naar mijn ouders in Gemert om lekker voor hen te koken en te poetsen. Voordat mijn moeder ziek werd, een jaar of tien geleden, kon zij poetsen als de beste. Je kon daar écht van de vloer eten. Niet omdat er zoveel op de vloer lag, maar omdat het brandschoon was! Langzaam aan werd dat helaas steeds minder. Maar het huis vies laten worden omdat ze niet meer wist hoe ze moest poetsen, dat lieten we niet gebeuren. Dan maar zelf poetsen. Verder vond ik het fijn om voor mijn ouders te koken. Mijn moeder heeft lang gezegd: “Kom maar weer fijn thuis wonen, dan kun je lekker voor ons koken”. Daar was ik dan weer goed in. In die tijd verzorgde mijn moeder zich ook steeds minder goed. Papa heeft haar lange tijd thuis geholpen met douchen.

En toen kwam het onvermijdelijke moment dat het voor mijn vader, mijn zus en ik niet meer te doen was: mama ging naar een verzorgingshuis. Een van de zwartste dagen uit ons leven. Ik vond (en vind) het heel belangrijk dat we haar zoveel mogelijk het gevoel geven dat er, ondanks de fysieke afstand, nog steeds goed voor haar wordt gezorgd. Niet alleen de zorg van de professionals, maar ook de zorg van ons als gezin. Toen ze nog in Someren-Eind woonde, kwam ik elke week koken. Niet alleen voor haar, maar voor de hele woning. Zolang ze kon, heeft ze mij geholpen met het snijden van de groenten. Verder hebben mijn vader en ik haar twee keer per week gedoucht en dat doen we nog steeds.

Koken is er helaas niet meer bij, mama kan mij niet meer meehelpen. Maar zo houd ik wel meer tijd over om haar persoonlijke aandacht te geven. De drempel om mijn moeder te douchen, was in het begin best groot. Maar eerlijk gezegd, verleg ik mijn grenzen steeds verder naarmate haar ziekte vordert. We gaan nu ook met haar mee naar het toilet en helpen haar, op alle gebieden, waar nodig.  Tot haar ziek zijn, verzorgde mijn moeder zichzelf  altijd erg goed. Haar nagels, die trouwens heel mooi en sterk zijn, waren altijd strak gelakt. Ook dát is nu ons kwaliteitsmomentje geworden. Iedereen in haar omgeving weet dat ‘ons Asje’ haar nagels doet. Maar als ik aan mijn moeder  vraag wie haar nagels zo mooi verzorgt, dan weet ze het niet. Dat is niet erg hoor. Als ik het maar weet.

En zo komt het dat we op ‘visite’ gaan naar mama. Mijn vader gaat er elke dag naartoe. Omdat mijn moeder nog zo jong is, is ze nog best vitaal. Ze vindt het fijn om te wandelen. Dat doet mijn vader dan ook vaak met haar. Ik probeer het ook zoveel mogelijk te doen. Net als samen zingen. Met mijn mobiele telefoon zet ik via YouTube of Spotify muziek op en ga ik lekker met mama en haar medebewoonsters zingen. Heerlijk is dat!

Om dit allemaal voor mijn moeder te kunnen doen, brengt mij persoonlijk heel veel voldoening. Ik ben oprecht blij dat ik dit kan en mag doen en ik zie dat zij het ook fijn vindt. Tegelijkertijd betekent dit dat de professionals in de woonkamer meer tijd overhouden voor andere zaken. Zaken die wij niet kunnen doen. Ook kunnen zij er voor haar zijn met persoonlijke aandacht op de momenten dat wij er niet zijn. Ze hoeven mijn moeder immers niet meer te douchen of haar nagels te verzorgen. De zorg rondom mijn moeder wordt op deze manier een samenspel van professionals en ons als familie. Samen maken we het leven van mama - en daarmee ook dat van ons - zo fijn mogelijk. Ondanks alle beperkingen en alle verdriet. Want het blijft een vreselijke ziekte.

Astrid Baggermans


Delen via: Deel dit via Facebook Deel dit via Twitter Deel dit via LinkedIn Deel dit via E-mail