Gewaardeerd met 9,0 via Zorgkaart Nederland

Beeldmerk van Zorgboog.

Op een poef bij de uitgang zit een vrouw met dementie. Ze is boos, want ze wil naar buiten, maar dat kan nu niet. In haar rol als contactclown Rosa gaat Anita rustig naast haar zitten. Ze laat de mevrouw boos zijn en merken dat ze haar begrijpt. Rosa schuift wat dichterbij, tot ze een arm om haar heen mag leggen. “Zullen we een stukje lopen? Goh, we zijn in de koffiekamer. Ruikt lekker hè, die koffie?”

“Wilt u ook een kopje, mevrouw?”, vraagt een verzorgende. Gekalmeerd gaat de vrouw aan tafel zitten, de frustratie van daarnet is helemaal verdwenen. Ook voor de verzorgenden ontstaat zo weer ruimte om contact met haar te maken.

“Dat is de kern van het werk. De tijd nemen en contact leggen, juist bij mensen bij wie taal niet altijd meer werkt. Bijvoorbeeld mensen met dementie”, vertelt Anita naderhand. Zij en haar collega Carla maken deel uit van het team contactclowns van Zorgboog. Ze worden ingezet als zorgmedewerkers merken dat contact maken even niet meer vanzelf gaat.

“Wie bij het woord clown denkt aan lachen, gieren, brullen, heeft een verkeerd beeld van ons werk”, zegt Carla. “Het gaat om verbinden, op een diepere manier. Als clown zijn we een herkenbaar figuur. Met technieken uit onze opleiding gedragen we ons net iets anders. We komen niets halen of brengen, we zíjn er gewoon. En elke emotie mag er zijn. Zo ontstaat er altijd contact, ook zonder taal. Een oog dat opengaat, een diepere ademhaling of een vinger die beweegt. Voor de omgeving lijkt het of er niets gebeurt, maar er gebeurt juist heel veel.” Juist die kleine momenten kunnen veel betekenen. Bewoners ontspannen, laten weer contact toe en ook voor naasten en zorgmedewerkers ontstaat vaak een nieuwe ingang.

Contact zonder woorden
Carla geeft een voorbeeld. “Als clown Mazzel krijg ik een kistje niet open. Ik zucht diep, blaas, probeer het met mijn tanden en vergroot mijn frustratie uit. Niet gespeeld, maar echt zo gevoeld. Dan komen mensen me uit zichzelf helpen en ontstaat er interactie.”

Anita komt vaak binnen met haar ukelele en speelt liedjes van vroeger. De clowns gebruiken ook technieken als spiegelen. “Ik neem net iets later iemands houding, beweging of toon over, en adem in hetzelfde tempo mee”, legt Anita uit. “Daardoor voelt iemand zich gehoord en gezien.” Carla vult aan: “Of je doet iets absurds. Laatst deed ik of ik bij een mevrouw in bed wilde kruipen. De keer daarna schoof ze zelf op, zodat ik erbij kon.”

De diepte in
Beiden werkten lang in de zorg. “Ik zag bij de schoonmoeder van mijn zus hoe een contactclown haar nog kon bereiken toen dat ons als familie niet meer lukte”, vertelt Carla. “Daarna besloot ik een opleiding te volgen.” Anita deed datzelfde. “Je leert om de diepte in te gaan en ruimte te geven aan verdriet en frustratie. Maar je leert vooral jezelf kennen. Echtheid is alles in ons vak. Mensen met dementie voelen dat haarfijn aan. Ben je niet echt, dan is er geen verbinding.”

Die echtheid zie je ook in hoe het team te werk gaat. Carla: “Als we binnenkomen, blijven we even bij de deur. Zodat mensen ons kunnen bekijken, zich veilig voelen.” “Je weet nooit van tevoren wat er gaat gebeuren”, zegt Anita. “Maar er ontstaat altijd iets. Soms een blik, een glimlach of een hand die ontspant. Dat lijken kleine momenten, maar juist die maken vaak het verschil.”